
Alles wat je moet weten over neurotransmitters
, door Karin van der Waard - Orthomoleculair adviseur | Bijgewerkt: 03-10-2024 |, 6 min lezen

, door Karin van der Waard - Orthomoleculair adviseur | Bijgewerkt: 03-10-2024 |, 6 min lezen
De communicatie tussen cellen in ons zenuwstelsel is van cruciaal belang voor ons welzijn. Neurotransmitters zijn hierbij essentieel en hebben een belangrijke invloed op onze emoties, gedrag en cognitieve functies.
De communicatie tussen zenuwcellen bepaalt hoe je je voelt, hoe je denkt en hoe je beweegt. Neurotransmitters zijn de boodschappers die dat verkeer regelen. In dit artikel lees je wat ze zijn, hoe ze werken, en welke rol voeding daarbij speelt.
Je zenuwstelsel bestaat uit een netwerk van miljarden zenuwcellen die voortdurend signalen aan elkaar doorgeven. Dat doorgeven gebeurt niet elektrisch over de hele afstand: tussen twee zenuwcellen zit een minuscule ruimte, de synapsspleet. Om die over te steken maakt de ene cel een chemische stof vrij die zich aan de volgende cel hecht. Die stoffen heten neurotransmitters.
Er zijn er meer dan honderd bekend. Deze vier kom je het vaakst tegen:
Een zenuwcel bewaart neurotransmitters in kleine blaasjes. Komt er een signaal binnen, dan smelten die blaasjes samen met de celwand en laten ze hun inhoud los in de synapsspleet.
De binding. Aan de overkant zitten receptoren, een soort sloten waar alleen de juiste sleutel in past. Zodra de neurotransmitter zich bindt, gebeurt er iets in de ontvangende cel: die wordt actiever of juist minder actief.
Het opruimen. Wat er niet bindt, blijft niet rondzweven. Het wordt weer opgenomen door de cel die het uitscheidde, of afgebroken door enzymen. Dat opruimen is net zo belangrijk als het uitscheiden, want zonder die stap zou het signaal blijven doorgaan.
Dezelfde stof, verschillende effecten. Wat een neurotransmitter doet, hangt af van de receptor waaraan hij bindt. Serotonine heeft in je hersenen een ander effect dan in je darmen, terwijl het om dezelfde stof gaat. Daarom is de vraag "is deze neurotransmitter goed of slecht" eigenlijk niet te beantwoorden.
Dat beeld, waarbij een tekort aan één stof rechtstreeks een bepaald gevoel of gedrag verklaart, is populair maar te simpel. Het is ontstaan als werkhypothese en heeft zich in de volksmond genesteld als vaststaand feit.
De werkelijkheid is ingewikkelder. Neurotransmitters werken niet los van elkaar, ze beïnvloeden elkaar voortdurend. Daarnaast spelen het aantal en de gevoeligheid van receptoren een rol, evenals hormonen, slaap, beweging en je omstandigheden. Onderzoekers zijn de afgelopen jaren juist kritischer geworden op het simpele tekortmodel.
Wat dat praktisch betekent: het idee dat je met één stof een schakelaar omzet, klopt niet. Wel is duidelijk dat je lichaam de bouwstenen nodig heeft om deze stoffen überhaupt te kunnen maken.
Je lichaam maakt neurotransmitters zelf aan, en gebruikt daarvoor grondstoffen uit je voeding.
Aminozuren zijn de bouwstenen. Serotonine wordt gemaakt uit tryptofaan, dopamine en noradrenaline uit tyrosine. Beide aminozuren haal je uit eiwitrijke voeding: vlees, vis, eieren, zuivel, peulvruchten, noten en zaden.
Vitamines en mineralen zijn de hulpstoffen. Die omzetting van aminozuur naar neurotransmitter gaat niet vanzelf, daar zijn enzymen voor nodig die op hun beurt vitamines en mineralen gebruiken. Vitamine B6 draagt bij tot een normale aminozuur- en glycogeenstofwisseling en tot een normale psychologische functie. Vitamine B12, foliumzuur, niacine, biotine, vitamine C en magnesium dragen eveneens bij tot een normale psychologische functie. Magnesium draagt daarnaast bij tot een normale werking van het zenuwstelsel. Bekijk het Vitamine B-50 Complex.
Vetzuren vormen het materiaal van je hersenen. Je hersenen bestaan voor een groot deel uit vet, en DHA is daar een belangrijk bestanddeel van. DHA draagt bij tot de instandhouding van de normale hersenfunctie, vanaf 250 mg per dag. Je haalt het uit vette vis of uit visolie en algenolie.
IJzer draagt bij tot een normale cognitieve functie. Het speelt een rol in de aanmaak van dopamine en is een aandachtspunt voor mensen die weinig vlees eten.
De verbinding tussen je darmen en je hersenen is een van de meest onderzochte onderwerpen van het moment. Er loopt een directe zenuwbaan tussen beide, de nervus vagus, en je darmbacteriën maken zelf ook stoffen aan die op je zenuwstelsel lijken te werken.
Wel is het goed om te weten dat neurotransmitters die in je darmen worden gemaakt niet zomaar je hersenen bereiken. Daar zit een filter tussen, de bloed-hersenbarrière, die de meeste van deze stoffen tegenhoudt. Datzelfde geldt overigens voor GABA dat je via een supplement inneemt. De interactie tussen darm en brein loopt dus waarschijnlijk via andere routes, en daar is het onderzoek nog niet uit.
Gefermenteerde producten zoals yoghurt, kefir, zuurkool en kimchi leveren melkzuurbacteriën, en vezels uit groente, fruit en volkoren producten zijn het voer voor de bacteriën die je al hebt.
De dingen die op je zenuwstelsel werken zijn niet spectaculair, maar wel het beste onderbouwd.
Als je je langer dan een paar weken somber voelt, als je nergens plezier meer in hebt, als je slaap structureel verstoord is, of als je merkt dat je werk of je relaties eronder lijden. Dat zijn dingen waar een huisarts iets mee kan. Gebruik je medicatie die op je zenuwstelsel werkt, overleg dan altijd voordat je een supplement of kruidenextract toevoegt, want die combinatie is niet vanzelfsprekend veilig.
Neurotransmitters zijn fascinerend, en tegelijk is er nog veel onbekend. Wat we wel weten is dat je lichaam de bouwstenen uit je voeding haalt, en dat slaap, beweging en daglicht daar minstens zoveel invloed op hebben. Dat is minder spannend dan een snelle oplossing, maar het is wel waar je zelf iets aan hebt.
Heb je zelf tips of ervaringen over dit onderwerp? Laat hieronder een reactie achter.